Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

31/08/2025

Vrijwilligerswerk in Venlo

 

Via de docent van het keuzevak over oude boeken dat ik eerder dit jaar volgde hoorde ik dat er vrijwilligers werden gezocht voor een boekconserverings- en restauratieproject in Venlo in augustus, en ik besloot mij hiervoor op te geven. Gedurende twee weken heb ik samen met een aantal andere studenten twee boekrestauratoren geholpen bij het verlenen van 'eerste hulp' aan de Magistraatsbibliotheek; een collectie van 450 oude tot zeer oude banden, op locatie van het Gemeentearchief in Venlo. Hier kun je meer lezen over dit project.


 De taken van de vrijwilligers waren het zogenaamde droogreinigen van de boeken (stof afnemen met behulp van een microvezeldoekje, roetsponsje of, in het geval van zeer verontreinigde boeken, stofzuiger) en het registreren van een aantal kenmerken van elk boek in een database. Dit betrof onder andere het type band; de aanwezigheid van eigendomsinscripties en andere handgeschreven notities; en van eerdere reparaties. 

Ik heb in die twee weken veel geleerd en gezien, maar ook een leuke tijd gehad met de andere vrijwilligers, de restauratoren en de medewerkers van het Archief. We kregen een rondleiding en zagen de pronkstukken, zoals het oudste document van Venlo; een oorkonde uit 1272:


 En een oorkonde uit 1543, waarin keizer Karel V de al 200 jaar eerder aan Venlo verleende stadsrechten bevestigd:


 Met zijn enorme keizerlijke grootzegel, dat puntgaaf bewaard is gebleven omdat er op een gegeven moment een metalen doosje voor gemaakt werd:


 In hetzelfde gebouw als het Gemeentearchief is ook het (kleine) Politiemuseum Venlo. Langs deze dappere dienders liepen we naar onze werkruimte:

Er werd hard gewerkt, maar er was ook tijd om te ontspannen. We hebben een paar keer na het werk een biertje gedronken op een terrasje op de Markt, met uitzicht op het Stadhuis:


 Ik was nog niet eerder in Venlo geweest en vond het leuk wat van deze stad te zien (een serie foto's is te vinden op het fotoblog). Vlakbij het Archief ontdekte ik een prachtige villa in Amsterdamse School stijl:


 En aan de rand van de stad deze mooie muurschildering door GOMAD, genaamd De Klokkengieter:


 We kwamen hier elke dag langs op weg naar Arcen, waar we door de week logeerden in een huisje in een vakantiepark.


 Vijftien kilometer fietsen! Dat maakt hongerig, dus 's avonds altijd heerlijke vegetarische maaltijden. De nasi in week 1 was zo'n succes dat we het in week 2 weer gedaan hebben.


 Helaas ook een keer problemen met onze fietsen, zodat een andere vrijwilliger en ik op een ochtend naar de fietsenmaker in Arcen moesten. Terwijl die de fietsen repareerde, dronken wij koffie en aten vlaai op een terrasje :-).


 Daarna snel weer naar Venlo, maar door deze actie heb ik nog wel een blik kunnen werpen op Kasteel Arcen. Ik ga zeker nog eens terug om dit beter te bekijken!


 Tenslotte nog wat foto's van bijzondere vondsten in de Magistraatsbibliotheek. Als eerste een vijftiende-eeuws boek met een prachtige, maar erg beschadigde Gotische band:


 Een zestiende-eeuws boek met een schitterende voorkant, waar ik een wrijfsel van mocht maken (zo leuk om te doen!):


 Dit boek, ook uit de zestiende eeuw, ziet er prachtig uit aan de buitenkant...

Maar de vrijwilliger die het opende om het schoon te maken schrok zich een hoedje! Wellicht is het gebruikt om smokkelwaar in te verstoppen?


 Een boek uit 1626 met old school tabbladen:


 Natuurlijk zagen we veel sporen van 'boekenwormen': 

Een van de zaken die we moesten registreren was de aanwezigheid van maculatuur. Dit is het gebruik van stukken al eerder beschreven of bedrukt papier of perkament bij het inbinden van een nieuw boek. Dit werd in de vijftiende en zestiende eeuw regelmatig gedaan, toen papier duur was en 'recycling' van ouder materiaal dus kosten kon besparen. Hier een mooi voorbeeld: een perkamenten handschrift is gebruikt als dekblad.


 Het meest intrigerende van oude boeken vind ik toch altijd wat er door de gebruikers ingeschreven is. Ook hiervan hebben we heel wat mooie voorbeelden gezien. Zoals deze probationes pennae (pennenprobeersels) in een boek uit 1556:


 En deze maniculen: getekende vingers of handjes, die belangrijke passages in de tekst aanwijzen. Ik had hierover gelezen tijdens het keuzevak eerder dit jaar; zo cool om dit in het echt te zien in een boek uit 1488!!


 Dat boek was overigens om meerdere redenen de moeite waard. Gedrukte boeken van voor 1500 worden incunabelen of wiegedrukken genoemd - boeken uit de babytijd van de boekdrukkunst (de eerste boeken in Europa werden rond 1450 gedrukt door Johannes Gutenberg). Ze zien er vaak nog uit als middeleeuwse manuscripten; na het drukken zijn met de hand met een andere kleur inkt versieringen aangebracht in de tekst. Zo ook in dit boek:

We zagen veel prachtige eigendomsinscripties:


 Soms was het echt puzzelen... Wat staat hier nou?? ;-)

 Het topstuk voor mij was een klein boekje dat ik opende om schoon te maken en dat een kruidenboekje van Rembert Dodoens bleek te zijn - de Vlaamse arts en plantkundige waarvan ik drie kruidenboeken bestudeerd heb voor het keuzevak!


 Het is de eerste van drie kleine kruidenboekjes die Dodoens bij Plantijn in Antwerpen liet drukken, over granen en peulvruchten (dit boekje, waarvan twee drukken verschenen, in 1566 en 1569), bloeiende planten (in 1568) en geneeskrachtige en giftige planten (in 1574). De inhoud van de drie boekjes werd later opgenomen in een groter kruidenboek.


 Dit boekje is uit 1566 en staat vol met prachtige illustraties (houtsneden). Er zijn destijds 800 gedrukt en de USTC (Universal Short Title Catalogue, een website waar nog bestaande exemplaren van vroegmoderne boeken geregistreerd kunnen worden) vermeldt maar 50 exemplaren. Dat zullen er wel wat meer zijn - exemplaren in collecties zoals deze staan er meestal niet in - maar het is wel een van de 'parels' uit de collectie! En er zat ook nog een stukje perkament achterin :-).

Naschrift - 12 juni 2026

Inmiddels, bijna een jaar later, heeft dit project geleid tot een publicatie in het tijdschrift De Boekenwereld!


 

07/07/2025

Antwerpen

 

Nadat ik op 20 juni mijn laatste essay had ingeleverd was het tijd voor een mini-vakantie! En dus stapten Rob en ik op dinsdagochtend 24 juni om kwart over negen in de trein naar Antwerpen. Dat zou vanuit Nijmegen maar twee uur moeten duren, maar helaas was er een aanrijding tussen Breda en Tilburg, en moesten wij van Tilburg terug naar Den Bosch, om vervolgens via Utrecht en Rotterdam naar Antwerpen te reizen. In plaats van om kwart over elf kwamen we pas om drie uur op het prachtige station aan - dat was jammer, maar goed, we waren er!


 We hadden een kamer geboekt in een hostel vlakbij het station. Nadat we daar onze bagage hadden gedropt liepen we de stad in. Onderweg naar het centrum kwamen we langs de Boerentoren, een art deco gebouw uit 1931 dat de eerste wolkenkrabber van Europa was!


 Erg mooi, helaas wordt de toren momenteel gerenoveerd en kun je er niet naar binnen.

Al snel zagen we de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal opdoemen en liepen we langs het beeld van Rubens:


 En even later zagen we de Handwerper (Brabo) op de Grote Markt.


 Na een uurtje rondsnuffelen in boeken- en platenwinkels namen we plaats op een terrasje voor een Belgisch biertje:

Daarna wandelden we verder naar de Schelde en bekeken onder andere Het Steen, het oudste gebouw van Antwerpen. (gebouwd tussen 1200 en 1225!)

's Avonds zijn we neergestreken op een terras op de Handschoenmarkt, naast de kathedraal:

 Daar hebben we heerlijk mosselen gegeten:


 Op dit pleintje is ook het prachtige beeld van Nello en Patrasche te vinden:

De volgende ochtend stond het Museum Plantin-Moretus op het programma, over de Antwerpse drukkersfamilie Plantin-Moretus. In de literatuur die ik voor mijn essay over het kruidenboek van Rembert Dodoens heb bestudeerd kwam ik de naam Plantin (of Plantijn, in het Nederlands) vaak tegen (de latere uitgaven van het boek werden hier gedrukt), vandaar dat ik dit museum graag wou bezoeken.


 Het is gevestigd in het originele woonhuis en de zestiende-eeuwse drukkerij van de familie en is het enige museum ter wereld dat een UNESCO Werelderfgoed is, vanwege de unieke historische en architecturale waarde!


 Het woonhuis is mooi, met veel prachtige, luxueuze voorwerpen zoals porselein, wereldbollen en schilderijen van Rubens - een vriend van de familie. Hij maakte onder andere de portretten van Christoffel Plantijn, de stichter van de drukkerij (linksboven in het collage hieronder), zijn vrouw Jeanne RiviĆØre (rechtsboven) en zijn dochter Martina (linksonder). Het schilderij van Plantijn's kleinzoon Balthasar Moretus I (rechtsonder), die de drukkerij na de dood van zijn ouders overnam, is door iemand anders geschilderd. 


 Maar het museum wordt pas echt interessant als je de woonvertrekken uit bent. Eerst loop je over een prachtige binnenplaats:

 

En vervolgens kom je in de winkel, waar in de tijd van Moretus klanten de gedrukte vellen papier konden kopen (om ze tot een boek te maken moest de klant ermee naar een boekbinder gaan).


 Hier demonstreerde een medewerker hoe die vellen gedrukt werden op een zeventiende-eeuwse drukpers. Dat was heel interessant, maar hij was nogal breedsprakig, dus op een gegeven moment ben ik verder gegaan, langs de proeflezerskamer...

 

... naar de drukkerij, waar de twee oudste drukpersen ter wereld staan! (beide van rond 1600) Er staan ook nog zes andere oude drukpersen, die nog steeds werken.


 En letterkasten, met de originele handgegoten letters van allerlei verschillende types en alfabetten (cursief, Grieks, Hebreeuws etc). Er zijn ook letters en matrijzen van de letterontwerper Claude Garamond!


 Verder is er natuurlijk een bibliotheek:


 Ik was erg blij een exemplaar van het Cruydt-boeck uit 1618 aan te treffen:


 En de koperplaat die voor de titelpagina was gebruikt!


 Tenslotte hebben we nog een hele tijd in de museumshop doorgebracht, waar ik uiteindelijk wegging met een boek, een boekenlegger, een kaart en een Suske en Wiske! (dat valt best mee, toch?)

  Rob wilde graag naar het Red Star Line Museum, dus daar zijn we na de lunch naar toe gegaan. 


 Dit museum is gevestigd op het Eilandje, de plek vanwaar de passagiersschepen van rederij Red Star Line van 1872 tot 1935 naar Noord-Amerika voeren. Zij vervoerden in totaal zo'n twee miljoen landverhuizers (waarvan ongeveer een kwart Joods was), waaronder Albert Einstein en componist Irving Berlin.

 

Ik vond het een erg interessant museum, waar het thema 'migratie' op allerlei manieren aan bod komt. Onder andere in het werk van verschillende Belgische kunstenaars, zoals hieronder in het schilderij Belgische Landverhuizers van Louis van Engelen:

We zijn hier gebleven tot het museum dicht ging, en toen over het Eilandje naar ons hostel gewandeld, langs allerlei interessante gebouwen.




 Na een uurtje uitrusten op onze kamer zijn we weer de stad ingewandeld. Het restaurant van de eerste avond was zo goed bevallen dat we daar wederom zijn gaan eten - deze keer paling in het groen, gevolgd door een heerlijk dessert:


Donderdag was onze laatste dag in Antwerpen. Ik huurde een fiets om art nouveau gebouwen te gaan bekijken en Rob wandelde de stad in op zoek naar platenwinkels.

Het eerste gebouw waar ik naartoe gefietst ben is dit prachtige pand in Het Zuid, genaamd De Vijf Werelddeelen (maar in de volksmond bekend als Het Bootje). Het werd in 1901 ontworpen door art nouveau architect Frans Smet-Verhas, in opdracht van een scheepsbouwer.


 Fantastisch, toch?

 

Hierna ben ik naar de wijk Zurenborg gefietst, die bekend staat om de hoge concentratie art nouveau gebouwen. En inderdaad! Hier een kleine selectie van mijn favorieten - meer foto's op het fotoblog.

 

 (let op het gestileerde insect in de reling van het bovenste balkon!)

Op de hoek van de Generaal van Merlenstraat en de Waterloostraat staan de Vier Seizoensgebouwen, ontworpen door architect Jos Bascourt. Op de foto hieronder zie je een stukje van Zomer:


 En hier een collage van alle vier de huizen:

Na deze overdosis art nouveau ben ik terug gefietst naar het centrum, waar Rob en ik geluncht hebben bij een Italiaans restaurant.


 Daarna zijn we naar de Schelde gewandeld en via de Sint Annatunnel naar de overkant gelopen.




 De tunnel is in 1931 gebouwd, is 572 meter lang en ruim 31 meter onder de grond.

 

Aan de overkant hebben we het uitzicht op Antwerpen bewonderd:

Daarna zijn we teruggelopen naar ons hostel, hebben onze bagage opgehaald en zijn naar het station gegaan. Gelukkig verliep de terugreis zonder problemen; om half acht 's avonds waren we weer thuis. 

Het was een heerlijke minivakantie - wat een prachtige stad!