Nadat ik op 20 juni mijn laatste essay had ingeleverd was het tijd voor een mini-vakantie! En dus stapten Rob en ik op dinsdagochtend 24 juni om kwart over negen in de trein naar Antwerpen. Dat zou vanuit Nijmegen maar twee uur moeten duren, maar helaas was er een aanrijding tussen Breda en Tilburg, en moesten wij van Tilburg terug naar Den Bosch, om vervolgens via Utrecht en Rotterdam naar Antwerpen te reizen. In plaats van om kwart over elf kwamen we pas om drie uur op het prachtige station aan - dat was jammer, maar goed, we waren er!
We hadden een kamer geboekt in een hostel vlakbij het station. Nadat we daar onze bagage hadden gedropt liepen we de stad in. Onderweg naar het centrum kwamen we langs de Boerentoren, een art deco gebouw uit 1931 dat de eerste wolkenkrabber van Europa was!
Erg mooi, helaas wordt de toren momenteel gerenoveerd en kun je er niet naar binnen.
Al snel zagen we de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal opdoemen en liepen we langs het beeld van Rubens:
En even later zagen we de Handwerper (Brabo) op de Grote Markt.
Na een uurtje rondsnuffelen in boeken- en platenwinkels namen we plaats op een terrasje voor een Belgisch biertje:
Daarna wandelden we verder naar de Schelde en bekeken onder andere Het Steen, het oudste gebouw van Antwerpen. (gebouwd tussen 1200 en 1225!)
's Avonds zijn we neergestreken op een terras op de Handschoenmarkt, naast de kathedraal:
Daar hebben we heerlijk mosselen gegeten:
Op dit pleintje is ook het prachtige beeld van Nello en Patrasche te vinden:
De volgende ochtend stond het Museum Plantin-Moretus op het programma, over de Antwerpse drukkersfamilie Plantin-Moretus. In de literatuur die ik voor mijn essay over het kruidenboek van Rembert Dodoens heb bestudeerd kwam ik de naam Plantin (of Plantijn, in het Nederlands) vaak tegen (de latere uitgaven van het boek werden hier gedrukt), vandaar dat ik dit museum graag wou bezoeken.
Het is gevestigd in het originele woonhuis en de zestiende-eeuwse drukkerij van de familie en is het enige museum ter wereld dat een UNESCO Werelderfgoed is, vanwege de unieke historische en architecturale waarde!
Het woonhuis is mooi, met veel prachtige, luxueuze voorwerpen zoals porselein, wereldbollen en schilderijen van Rubens - een vriend van de familie. Hij maakte onder andere de portretten van Christoffel Plantijn, de stichter van de drukkerij (linksboven in het collage hieronder), zijn vrouw Jeanne Rivière (rechtsboven) en zijn dochter Martina (linksonder). Het schilderij van Plantijn's kleinzoon Balthasar Moretus I (rechtsonder), die de drukkerij na de dood van zijn ouders overnam, is door iemand anders geschilderd.
Maar het museum wordt pas echt interessant als je de woonvertrekken uit bent. Eerst loop je over een prachtige binnenplaats:
En vervolgens kom je in de winkel, waar in de tijd van Moretus klanten de gedrukte vellen papier konden kopen (om ze tot een boek te maken moest de klant ermee naar een boekbinder gaan).
Hier demonstreerde een medewerker hoe die vellen gedrukt werden op een zeventiende-eeuwse drukpers. Dat was heel interessant, maar hij was nogal breedsprakig, dus op een gegeven moment ben ik verder gegaan, langs de proeflezerskamer...
... naar de drukkerij, waar de twee oudste drukpersen ter wereld staan! (beide van rond 1600) Er staan ook nog zes andere oude drukpersen, die nog steeds werken.
En letterkasten, met de originele handgegoten letters van allerlei verschillende types en alfabetten (cursief, Grieks, Hebreeuws etc). Er zijn ook letters en matrijzen van de letterontwerper Claude Garamond!
Verder is er natuurlijk een bibliotheek:
Ik was erg blij een exemplaar van het Cruydt-boeck uit 1618 aan te treffen:
En de koperplaat die voor de titelpagina was gebruikt!
Tenslotte hebben we nog een hele tijd in de museumshop doorgebracht, waar ik uiteindelijk wegging met een boek, een boekenlegger, een kaart en een Suske en Wiske! (dat valt best mee, toch?)
Rob wilde graag naar het Red Star Line Museum, dus daar zijn we na de lunch naar toe gegaan.
Dit museum is gevestigd op het Eilandje, de plek vanwaar de passagiersschepen van rederij Red Star Line van 1872 tot 1935 naar Noord-Amerika voeren. Zij vervoerden in totaal zo'n twee miljoen landverhuizers (waarvan ongeveer een kwart Joods was), waaronder Albert Einstein en componist Irving Berlin.
Ik vond het een erg interessant museum, waar het thema 'migratie' op allerlei manieren aan bod komt. Onder andere in het werk van verschillende Belgische kunstenaars, zoals hieronder in het schilderij Belgische Landverhuizers van Louis van Engelen:
We zijn hier gebleven tot het museum dicht ging, en toen over het Eilandje naar ons hostel gewandeld, langs allerlei interessante gebouwen.
Na een uurtje uitrusten op onze kamer zijn we weer de stad ingewandeld. Het restaurant van de eerste avond was zo goed bevallen dat we daar wederom zijn gaan eten - deze keer paling in het groen, gevolgd door een heerlijk dessert:
Donderdag was onze laatste dag in Antwerpen. Ik huurde een fiets om art nouveau gebouwen te gaan bekijken en Rob wandelde de stad in op zoek naar platenwinkels.
Het eerste gebouw waar ik naartoe gefietst ben is dit prachtige pand in Het Zuid, genaamd De Vijf Werelddeelen (maar in de volksmond bekend als Het Bootje). Het werd in 1901 ontworpen door art nouveau architect Frans Smet-Verhas, in opdracht van een scheepsbouwer.
Fantastisch, toch?
Hierna ben ik naar de wijk Zurenborg gefietst, die bekend staat om de hoge concentratie art nouveau gebouwen. En inderdaad! Hier een kleine selectie van mijn favorieten - meer foto's op het fotoblog.
(let op het gestileerde insect in de reling van het bovenste balkon!)
Op de hoek van de Generaal van Merlenstraat en de Waterloostraat staan de Vier Seizoensgebouwen, ontworpen door architect Jos Bascourt. Op de foto hieronder zie je een stukje van Zomer:
En hier een collage van alle vier de huizen:
Na deze overdosis art nouveau ben ik terug gefietst naar het centrum, waar Rob en ik geluncht hebben bij een Italiaans restaurant.
Daarna zijn we naar de Schelde gewandeld en via de Sint Annatunnel naar de overkant gelopen.
De tunnel is in 1931 gebouwd, is 572 meter lang en ruim 31 meter onder de grond.
Aan de overkant hebben we het uitzicht op Antwerpen bewonderd:
Daarna zijn we teruggelopen naar ons hostel, hebben onze bagage opgehaald en zijn naar het station gegaan. Gelukkig verliep de terugreis zonder problemen; om half acht 's avonds waren we weer thuis.
Het was een heerlijke minivakantie - wat een prachtige stad!























































Wat een goed idee om het inleveren van je slot-essay te vieren met een minivakantie naar Antwerpen!
BeantwoordenVerwijderenJa. het is zo een mooie stad - tenminste, ik ken alleen het centrum, waar ik 25 jaar geleden voor de 2e keer en tot nu toe voor het laatst was, en genoot volop! Wat een mooi en aandoenlijk beeld (mooi ook, zo opgaand in het plein) van Nello en Patrasche, die is vast vrij nieuw? De wijk met art nouveau kende ik ook niet, wat leuk om de foto's te zien, dank daarvoor!
En heel toevallig kocht ik vorige maand 'De geplaagde Plantijn' en leerde toen over hem en zijn familie. Zo mooi om nu foto's van de drukkerij, de letterbakken en zelfs de koperplaat (wauw, 400 jaar oud!) te zien!
Hopelijk was Rob nog geslaagd in het vinden van platenzaken?